Het is allemaal maar een groot grapje
Waar maar een enkeling om lachen kan
Boze gezichten
Aan val ten prooi
In het nauw gedreven
De drank zo mooi
Geschreeuw vervloekt!
Een druppel
Op verzadigd doek
Een tweestrijd van hetzelfde ras
Staan fier en recht
Maar beide sterk
Op het veld
Klinkt het geklater van wapens
En zwaarden scherp
Steekt
Plots
Wat het Schild beschermt
De kinderen tuimelen
Vallen over het gras
Ze schreeuwen: “MOORD!
Jij bent nu af!”
Gaat liggen, valt
En speelt zich dood
Lachend
Wordt hij groot
De strijd zet voort
Met sterk verweer
Tot moeder roept:
“het is geen speeltijd meer..”
Ze gaan samen zitten
En heft het glas
Op wat ooit maar eens
Een grapje was!