Mijn hart is niet gemaakt om het er mee eens te zijn
maar sind kort
nog maar net geleden
heeft het besloten mee te geven
The only people who may peek, Are those who don't know, Those who won't say a word and those I want to hurt.
donderdag 25 oktober 2012
Badkuip
Als ik een badkuip zie,
dan denk ik aan jouw zachte, door water verrimpelde handen, die van mijn voeten, over mijn benen, langs mijn dijen, over mijn buik, totdat jij niet meer verder reiken kan, strelen.
Dan schiet er een steek door mijn Leegte,
net zoals de badkuip is.
Zet de kraan aan en spoel met het warme water het gemis weg.
Maar net zoals je het vuil nooit helemaal onder je nagels uit kan krijgen, zonder uren in de herinnering door te brengen,
blijf ik het beeld steeds weer zien.
Ongeduldig
Want over twee dagen ben ik weer vies en wacht de badkuip daar op mij.
Zet de kraan weer uit
kijk naar het oppervlakkige water
en ben alleen.
dan denk ik aan jouw zachte, door water verrimpelde handen, die van mijn voeten, over mijn benen, langs mijn dijen, over mijn buik, totdat jij niet meer verder reiken kan, strelen.
Dan schiet er een steek door mijn Leegte,
net zoals de badkuip is.
Zet de kraan aan en spoel met het warme water het gemis weg.
Maar net zoals je het vuil nooit helemaal onder je nagels uit kan krijgen, zonder uren in de herinnering door te brengen,
blijf ik het beeld steeds weer zien.
Ongeduldig
Want over twee dagen ben ik weer vies en wacht de badkuip daar op mij.
Zet de kraan weer uit
kijk naar het oppervlakkige water
en ben alleen.
Erosie
De herinnering blijft pijnlijk dichtbij
met open ogen zie ik hoe het had moeten zijn
Vervloek en haat ik de fijne tijd
en
hoe zeer ik de vergetelheid benijd.
Mijn gedachten houden zich krampachtig vast
aan het sprankje hoop dat allang vervlogen is
Een schemerige mist
duid nog op jouw warmte
Daalt neer
in druppels
vormt de tranen van gemis
En stroomt met volle snelheid van de bergen af
Verwoestend wat het vind
het zand mee sleurend
de stenen slijpend
jou verwijtend
Het water koud
Tot het eindigt in mijn handen
en een kom vormend
drink in van het koele goed
Het lest de dorst
maar dat is ook het enige wat het nog doet.
met open ogen zie ik hoe het had moeten zijn
Vervloek en haat ik de fijne tijd
en
hoe zeer ik de vergetelheid benijd.
Mijn gedachten houden zich krampachtig vast
aan het sprankje hoop dat allang vervlogen is
Een schemerige mist
duid nog op jouw warmte
Daalt neer
in druppels
vormt de tranen van gemis
En stroomt met volle snelheid van de bergen af
Verwoestend wat het vind
het zand mee sleurend
de stenen slijpend
jou verwijtend
Het water koud
Tot het eindigt in mijn handen
en een kom vormend
drink in van het koele goed
Het lest de dorst
maar dat is ook het enige wat het nog doet.
Abonneren op:
Posts (Atom)